Naar de inhoud
Evenementen

Marathon Etten-Leur in de storm: Biewenga wint en wat de wind met je tijd doet

Peter Biewenga won de marathon van Etten-Leur in 2.29.03, vanaf kilometer acht alleen tegen de storm in. Wat harde wind met je tijd doet en hoe je ertegenin loopt.

Hardloper op een polderweg met harde wind en donkere lucht

Peter Biewenga heeft zondag 25 oktober de Van Oers Marathon Brabant in Etten-Leur gewonnen in 2.29.03, met vijf minuten voorsprong op de nummer twee. Dat deed hij op een dag met stormachtige wind, en grotendeels alleen. “Al vanaf kilometer acht liep ik alleen”, zei de 44-jarige Zeeuw tegen Omroep Zeeland. Het parcoursrecord miste hij met negentien seconden.

Zo ging de race

Na de start vormde zich een kopgroep van vijf lopers. Biewenga liep ze een voor een los, en vanaf kilometer acht had hij niemand meer naast zich. Volgens Omroep Zeeland bleef de latere nummer twee nog een tijd op zo’n 150 meter hangen, maar daarna liep het gat snel op. Aan de finish op de Markt was het verschil vijf minuten.

Het is zijn vierde marathonzege. Eerder won hij drie keer de Maasdijk Marathon in Oss, en dit voorjaar werd hij tweede in de marathon van Zeeuws-Vlaanderen. Vier weken voor Etten-Leur liep hij nog een persoonlijk record van 2.27.09 in Berlijn. Twee marathons binnen een maand, en de tweede in de storm, dat is meer dan de meeste lopers hun lijf durven aan te doen. In ons stuk over twee marathons in één najaar lees je waarom dat niet voor iedereen verstandig is. Zijn volgende doel is de marathon van Rotterdam in april, waar hij op het podium wil komen bij het Nederlands kampioenschap voor 45-plussers.

De start lag in de bebouwde kom, waar de huizen nog wat beschutting gaven. In het buitengebied, waar de marathon twee rondes over de polderwegen maakt, kwam de wind van voren of van opzij. Juist daar liep Biewenga alleen.

Wat harde wind met je tijd doet

Dat hij solo zo dicht bij het parcoursrecord kwam, zegt meer dan de tijd zelf. Het meeste onderzoek naar wind en hardlopen is oud, maar nog altijd de basis. De Britse fysioloog Griffith Pugh liet in 1971 lopers in een windtunnel rennen en mat hun zuurstofverbruik. Dat steeg met het kwadraat van de windsnelheid. Twee keer zoveel wind kost dus geen twee maar vier keer zoveel extra energie. Bij een loper op marathontempo ging het zuurstofverbruik bij zeer harde tegenwind van 3,0 naar 5,0 liter per minuut.

Het tweede inzicht is minstens zo belangrijk. Wie een meter achter een andere loper liep, had in Pugh’s metingen vrijwel geen luchtweerstand meer, en verbruikte 6,5 procent minder zuurstof. Bij harde wind is dat voordeel nog veel groter. Biewenga gaf het vanaf kilometer acht op.

Een ronde met de wind mee maakt het ook niet goed. De Britse onderzoeker Davies toonde in 1980 aan dat een rugwind minder oplevert dan een even harde tegenwind kost. Op een rondjesparcours als Etten-Leur, waar je de wind van alle kanten krijgt, ben je dus altijd tijd kwijt. Op een windstille dag gaat volgens Davies maar zo’n 2 procent van je energie op marathontempo naar luchtweerstand, bij storm is dat een veelvoud.

Slim lopen tegen de wind in

Uit die metingen volgen een paar dingen die je zelf kunt doen als het waait. Zoek op de stukken met tegenwind een groep of een rug op, ook als het tempo dan iets lager ligt dan je wilde. Loop op gevoel of hartslag in plaats van op het tempo op je horloge, want een vast tempo tegen de wind in kost onevenredig veel. Het stuk dat je verliest, haal je met rugwind niet terug, dus ga daar niet extra hard. En kijk na afloop niet alleen naar je eindtijd. In ons stuk over tempocijfers staat welke cijfers dan wel iets zeggen.

Mijn conclusie is dat de 2.29.03 van Biewenga onder deze omstandigheden meer waard is dan de 2.27.09 die hij in Berlijn liep, in een groot veld op een vlak stadsparcours. Een parcoursrecord missen met negentien seconden, alleen en tegen de storm in, is eerder een compliment dan een teleurstelling.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *