Naar de inhoud
Hardlopen

Oud-voetballer Mick Wisselink loopt 1.16 op zijn tweede halve: hoe snel is dat?

Oud-voetballer Mick Wisselink liep 1.16.09 in de halve marathon van Doetinchem. Wat dat tempo betekent en wat overstappers uit het voetbal ervan leren.

Hardlopers tijdens een halve marathon op een landweg in de herfst

Mick Wisselink voetbalde tot dit jaar bij Varsseveld en Halle. Zondag 25 oktober liep hij in de Halve Marathon van Doetinchem 1.16.09, pas zijn tweede halve marathon ooit. Hij werd achtste, een kleine vijf minuten achter winnaar Mitch Wismans, schreef De Gelderlander. De 25-jarige Westendorper liep eerder dit jaar alleen de halve marathon van Utrecht. Een tijd als deze roept twee vragen op: hoe snel is dat nu eigenlijk, en wat neemt een voetballer mee als hij hardloper wordt?

Wat 1.16 betekent in kilometers

Reken het om en je ziet pas wat er staat. Over 21,1 kilometer komt 1.16.09 neer op een gemiddelde van ongeveer 3.37 per kilometer, ruim 16,5 kilometer per uur. Dat tempo hield hij in Doetinchem vol in wat De Gelderlander stormachtig weer noemt, met een flinke meewind in de eerste kilometers en dus ook stukken met de wind tegen.

Ter vergelijking: wie een marathon onder de drie uur wil lopen, moet gemiddeld zo’n 4.15 per kilometer halen, en dat is voor de meeste recreanten al een doel van jaren. We schreven er eerder over toen Sven Kramer zijn marathon onder de drie uur liep. Wisselink liep zijn halve bijna veertig seconden per kilometer sneller. Dat is een ander soort inspanning dan een hele marathon, maar het geeft een idee van het niveau.

Ook het veld in Doetinchem zegt iets. Volgens organisator ARGO stonden er dit jaar ruim duizend lopers ingeschreven voor de halve marathon zelf, zo meldde Regio8 eerder. Hoe die loop zo hard groeide, lees je in ons stuk over de groei van de halve marathon van Doetinchem. Een achtste plek betekent dat Wisselink bij de eerste tien eindigde van een halve marathon waarvoor zich ruim duizend lopers hadden ingeschreven. De winnaar, triatleet Mitch Wismans uit Doornenburg, kwam binnen in 1.11.20, dat is rond 3.23 per kilometer. Bij de vrouwen won Vera Toet uit Arnhem in 1.25.01.

Van altijd hard naar gedoseerd trainen

Het interessantste deel van het verhaal is hoe hij traint. Tot kort geleden liep Wisselink zijn rondjes met zijn telefoon in de hand, en vooral hard. Een sporthorloge bestelde hij pas de week voor de race. In de weken ervoor leerde hij gedoseerd te trainen: intervallen, een atletiektraining in Aalten, en een duurloop op 10 kilometer per uur.

Dat laatste getal is veelzeggend. Tien kilometer per uur is 6.00 per kilometer, ruim twee minuten per kilometer langzamer dan zijn wedstrijdtempo. Voor iemand die gewend is om elke training vol te gaan voelt dat waarschijnlijk als niets doen, maar het is precies hoe goede lopers trainen. Het grootste deel van de kilometers gaat rustig, en de echte snelheid komt uit een paar gerichte zware sessies. Een uitgewerkte variant daarvan is de Noorse trainingsmethode, waarbij je het harde werk doseert om er sneller van te herstellen.

Wisselink zegt zelf dat hij merkt dat er nog veel meer haalbaar is. Daar valt veel voor te zeggen. Hij traint vaak moe, na een werkdag waarvoor hij geregeld om vijf uur opstaat, en heeft pas enkele weken een gestructureerd schema. Wie zo snel loopt met zo weinig gerichte opbouw, heeft een flinke basis meegenomen uit het voetbal.

Wat een voetballer meeneemt naar het hardlopen

Die basis is ook waar zijn verhaal leerzaam wordt voor andere overstappers. Een voetballer heeft jaren van trainen, wedstrijden en conditiewerk in de benen, en is gewend om diep te gaan. Dat zie je terug in hoe Wisselink de race begon: met bravoure ging hij mee met de koplopers, met de eerste kilometers onder de 3.30 per kilometer. Rond kilometer vijftien begon hij het te voelen en moest hij Merlijn Wentink uit Wehl en Bob te Lindert uit Heelweg laten gaan. Zijn hoop op een podiumplaats verdween in de slotfase.

Dat is misschien wel de grootste les voor wie uit een teamsport komt. In het voetbal draai je een wedstrijd van zware momenten en rustpauzes, en mag je af en toe over je grens. Bij een halve marathon betaal je elke te snelle kilometer aan het begin terug in het laatste kwart. Ik denk dat Wisselink zonder die snelle start en met een vlakker tempo nog wel wat seconden had kunnen winnen, maar dat is makkelijk zeggen vanaf de bank. Hij liep zelf zijn tweede halve marathon ooit, en elke loper leert die les vroeg of laat in een wedstrijd.

Een tweede les: een horloge maakt je niet sneller, maar wel slimmer. Wie met zijn telefoon in de hand altijd vol gaat, heeft geen idee hoe rustig rustig eigenlijk is. Met een tempo-indicatie kun je die duurloop van 6.00 per kilometer ook echt op 6.00 houden, en dat is voor een fanatieke loper vaak moeilijker dan een snelle interval.

Wat hij nu gaat lopen

Wisselink heeft genoeg plannen. Komende maand wil hij in Aalten starten in de Boekelder Crosscompetitie, een mooie manier om in de winter kracht en tempo op te bouwen. Hij hoopt ook nog een startbewijs te bemachtigen voor de uitverkochte Zevenheuvelenloop. En een marathon komt er volgens hem honderd procent ooit van.

Als hij de rustige kilometers blijft aanhouden, is het niet vreemd om te denken dat de 1.16 nog lang niet zijn eindpunt is. Hij staat nog maar aan het begin van zijn hardloopcarrière, en dat maakt een tijd als deze juist zo opvallend.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *