Naar de inhoud
Hardlopen

Op je 83e je vijftigste marathon van New York: de lessen van Dave Obelkevich

Dave Obelkevich (83) loopt zondag zijn vijftigste marathon van New York op rij. Zijn tips voor het parcours en wat ze betekenen voor je eigen training.

Lopers vieren hun finish van de marathon van New York in Central Park

Zondag 1 november staat Dave Obelkevich voor de vijftigste keer aan de start van de marathon van New York. Hij is 83 en heeft sinds 1976 geen enkele editie gemist, een reeks van 49 races waar volgens Runner’s World niemand aan kan tippen. In dat interview deelt hij zijn tips voor het parcours door de vijf stadsdelen. Die zijn leuk voor wie zondag in New York loopt, maar het interessantere verhaal zit eronder: hoe hou je het vijftig jaar vol? Daar zitten lessen in die net zo goed gelden voor je eigen trainingsweek in Nederland.

Van 43 minuten meelopen tot vijftig keer finishen

Obelkevich zag de marathon voor het eerst in 1973, toen de race nog volledig in Central Park werd gelopen en minder dan vierhonderd deelnemers had. Hij sprong in de laatste ronde zomaar mee en deed er 43 minuten over. Een jaar later schreef hij zich echt in, met een voorbereiding die hij zelf lachend samenvat: één duurloop van zes mijl per week, en zes dagen vrij. Hij finishte in 4:20:27, maar noemt het achteraf zwaar.

In 1975 haalde hij de finish niet. Vijf mijl voor het einde stapte hij in de auto van wedstrijdleider Fred Lebow, iets wat hij Lebow nog altijd plagerig kwalijk neemt. In 1976 ging de marathon voor het eerst door alle vijf stadsdelen, en toen liep Obelkevich, inmiddels lid van een atletiekclub, 3:22:44. Sindsdien stond hij er elk jaar. In 1979 klokte hij 2:50:18. De race groeide intussen van ruim tweeduizend deelnemers in 1976 naar bijna zestigduizend nu.

Tegenwoordig wandelt hij de route, met zijn dochter naast zich. Hij rekent op iets meer dan acht uur en heeft een dubbel doel: finishen en plezier hebben. Wat mij opvalt is dat hij het laatste het belangrijkste noemt. Na vijftig jaar is de klok voor hem bijzaak geworden, en misschien is dat precies waarom hij er nog staat.

Wat zijn trainingsweek je leert

De meest bruikbare zinnen in het interview gaan niet over New York, maar over hoe hij traint. Hij wandelt bijna elke dag, met als langste tocht deze voorbereiding 15 mijl, zo’n 24 kilometer. De klassieke adviezen om meerdere keren 20 mijl te lopen liet hij schieten, omdat hij daar simpelweg de tijd niet voor had. Hij past zijn schema aan zijn leven aan, niet andersom.

Belangrijker nog is zijn regel voor pijn. Voelt hij ergens iets, dan probeert hij vijf minuten. Doet het dan nog pijn, dan wandelt hij naar huis. Is het de dag erna nog niet over, dan blijft hij thuis. Hij geeft zichzelf ook toestemming om een dag over te slaan bij slecht weer. Voor wie een schema volgt dat geen gemiste dag toestaat, is dat misschien het belangrijkste wat je uit dit verhaal haalt. Vijftig marathons op rij loop je niet door elke training af te werken, maar door geen enkele training belangrijker te maken dan de volgende maand.

Datzelfde geldt voor zijn manier van tempo bepalen. Obelkevich gebruikt al zijn hele loopleven de praattest: kun je niet meer praten, dan ga je te hard. Het klinkt bijna te simpel, maar het is een van de weinige meetinstrumenten die je nooit hoeft op te laden en die werkt op elke dag, ook als je moe bent of het waait.

Zijn tips voor de marathon zelf

Voor de wedstrijddag heeft hij een reeks praktische lessen. Een paar ervan zijn specifiek voor New York, de meeste gelden voor elke grote stadsmarathon.

  • Wees voorzichtig met losjoggen in de stad. Hij struikelde ooit de dag voor de race over een verkeerd geplaatste dranghek bij de finish. Ongelijke stoepen zijn een onderschat risico.
  • Neem iets te lezen mee voor het wachten bij de start. Liever een krant die je kunt achterlaten dan je telefoonaccu leegscrollen.
  • Gooi je warme laag niet te snel weg. Na de finish in Central Park loop je nog ongeveer een mijl voordat je bij de straat bent. Bezweet en leeg kan dat stuk ellendig koud zijn.
  • Bespaar energie voor de Queensboro Bridge. Die begint rond mijl 15, is ruim een kilometer lang en er staat geen publiek. Juist omdat het daar zo stil is, voelt hij volgens hem eindeloos.
  • Finish met iets in de tank. Obelkevich zegt dat hij nooit tegen de muur is gelopen, deels omdat hij bewust energie overhoudt om na de finish nog thuis te komen.
  • Loop trappen achteruit af. Wie na de marathon de metro neemt, moet trappen op en af. Zijn advies is om je om te draaien, de leuning vast te houden en achteruit naar beneden te gaan. Volgens hem scheelt dat de helft aan pijn.

Het parcours zelf rekent hij op een schaal van tien op een zes, maar alleen dankzij de ongeveer twee miljoen toeschouwers. Zonder hen zou hij het een stuk zwaarder vinden. De afslag Central Park in bij 90th Street, rond mijl 24, noemt hij het mooiste punt van de race na de finish zelf. Wie zondag in New York start, loopt overigens niet meer helemaal de route die Obelkevich vijftig jaar kende: New York verlegt dit jaar zijn parcours in de Bronx.

Wat je hiervan meeneemt naar je eigen marathon

Zet zijn tips naast elkaar en er komt een duidelijk patroon uit. Bijna alles draait om reserve houden: tempo onder de praatgrens, energie voor na de finish, een jas voor de wandeling naar je spullen, een dag rust als iets niet goed voelt. Dat is ook precies wat je doet om de man met de hamer te ontlopen, want die komt vooral bij lopers die de eerste helft te enthousiast beginnen.

Ook na de race is hij streng voor zichzelf, op een andere manier dan je zou verwachten. Hij raadt aan om ongeveer een week helemaal niet te hardlopen en in plaats daarvan te wandelen, voor de doorbloeding en het herstel. Wie dit najaar nog een tweede marathon wil lopen, vindt in ons stuk over twee marathons in één najaar meer over hoeveel tijd je daarvoor nodig hebt.

En dan is er zijn laatste ritueel. Na een warme douche eet hij thuis met zijn vrouw en familie, zonder vaste ceremonie. Eén ding is wel heilig: een biertje. Eén, benadrukt hij. Het is misschien de mooiste samenvatting van zijn hele aanpak: genieten, maar met mate, zodat je volgend jaar gewoon weer aan de start staat.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *