Naar de inhoud
Trainingen

Van 27 graden naar 17: zo pas je je looptraining aan bij de omslag

Gisteren 27 graden, vandaag 17 en buien. Wat die weersomslag doet met je tempo, je hartslag, je drinken en je kleding, en hoe je je trainingsweek slim verdeelt.

Hardloper op een nat wegdek bij grijs, winderig weer

Gisteren, op Prinsjesdag, liep de temperatuur in het zuidoosten van het land nog op tot 27 graden en stond half Nederland in korte mouw buiten. Vanochtend draait de wind naar het noordwesten en haalt het land nog maar een graad of 17. Twee seizoenen in 24 uur, en precies daar gaat het bij veel lopers deze week mis: je vergelijkt je rondje van vandaag met dat van gisteren, ziet een ander tempo en trekt de verkeerde conclusie.

Wat het weer deze week doet

De omslag is geen verrassing meer. RTV Utrecht meldde al dat er vanaf woensdag een noordwestelijke wind minder warme lucht aanvoert en dat de temperatuur terugvalt naar maximaal 17 graden, met woensdag en donderdag grote kans op buien. De rest van de week blijft volgens die voorspelling hangen tussen 17 en 19 graden. Omroep Brabant komt voor het zuiden op 18 graden uit en noemt daarbij windkracht vier uit het noordwesten, en dat laatste getal is voor een loper interessanter dan de temperatuur.

Het weekend blijft wisselvallig met buien en droge perioden, en pas daarna komt er volgens Omroep Brabant weer een rustiger nazomerperiode aan met weinig neerslag, veel zon en 22 tot 23 graden. Wie dus een wedstrijd of een lange duurloop in de planning heeft staan, kijkt beter naar eind deze maand dan naar de komende dagen.

Je tempo van gisteren is niet je tempo van vandaag

In 27 graden werkt je lichaam voor twee dingen tegelijk: bewegen en koelen. Een flink deel van je bloed gaat richting de huid, je hartslag ligt bij hetzelfde tempo hoger en je voelt je zwaarder dan je bent. Zakt de temperatuur naar 17 graden, dan verdwijnt die extra taak grotendeels. Datzelfde tempo voelt opeens lichter en je hartslag ligt lager bij precies dezelfde inspanning.

Dat is goed nieuws en tegelijk de val waar ik zelf ook elk najaar intrap. Na een warme periode voelt de eerste koele dag zo aangenaam dat je een tempoloop tien seconden per kilometer te hard begint. Je komt er tijdens de training niet achter, want het gaat lekker; je merkt het twee dagen later in je benen. Mijn advies is nuchter: loop deze week op gevoel en op hartslag, niet op het schema dat je vorige week op de klok zag staan. Ga je toch voor tijd, doe dat dan bewust in één training en niet in alle drie.

Minder zweet betekent niet minder drinken

Bij 17 graden en wind verdampt je zweet zo snel dat je nauwelijks doorhebt hoeveel vocht je kwijtraakt. Je dorstgevoel zakt mee, je slaat het bidon over en je komt thuis met een vochttekort waar je in de warmte nooit aan voorbij zou lopen. Voor lange duurlopen van meer dan een uur verandert er in de praktijk dus weinig aan wat je meeneemt, alleen aan hoe vaak je eraan denkt. In het stuk over drinken bij warm weer staat de rekensom voor de zomer; halveer de aanname en je zit voor deze week ongeveer goed.

Wat wel echt verandert is je maag. In de koelte kun je meer hebben, dus als je in augustus je gels niet wegkreeg, is dit de week om je wedstrijdvoeding opnieuw te proberen. Doe dat op een lange duurloop en niet twee dagen voor een wedstrijd.

De wind doet meer dan de thermometer

Windkracht vier uit het noordwesten betekent dat je op de heenweg 17 graden voelt en op de terugweg, nat van een bui, een stuk minder. Dat is het moment waarop mensen te dik gekleed de deur uitgaan, na drie kilometer staan te zweten en daarna in doorweekte kleding tegen de wind in moeten. Beter werkt de omgekeerde volgorde: kleed je voor het moment dat je warm bent, niet voor het moment dat je de deur uitstapt, en neem een dun windjack mee dat je om je middel kunt knopen.

Praktisch: een langere tight of korte broek met beenstukken, een shirt met lange mouwen dat vocht afvoert, een windjack zonder voering en handschoenen als je gevoelige handen hebt. Zulke spullen liggen bij Decathlon, Runnersworld, Perry Sport en de meeste lokale hardloopwinkels, en voor een windjack hoef je bij geen van die winkels naar de dure kant van het rek. Een pet met klep is bij buien tegen de wind in de goedkoopste verbetering die er bestaat, want die houdt de regen uit je ogen. Voor de dagen dat het echt kouder wordt staat de volledige kledinglijst in ons artikel over hardlopen in de winter.

Benodigd voor deze week, zonder nieuwe aankopen als het even kan: een dun windjack, een shirt met lange mouwen, een pet, een tweede paar schoenen zodat het natte paar kan drogen, en reflectie of een lampje. Dat laatste is geen overbodige luxe meer, want met een bewolkte hemel is het om zeven uur ’s avonds al schemerig. Hoe je dat aanpakt zonder je uit te dossen als een kerstboom staat in het stuk over hardlopen in het donker.

Zo verdeel je de week

Maak van vandaag en morgen, de dagen met de meeste buien, je rustige kilometers. Die loop je toch op gevoel en het maakt weinig uit of je nat wordt. Zet je intensieve training op de dag met het minste weer, meestal vrijdag in dit soort reeksen, en houd het weekend vrij voor je lange duurloop, wanneer het volgens de voorspellingen wisselvallig maar niet koud is. Loop je met een groep, verplaats dan niet de training maar de route: minder open polder, meer bos en bebouwing, dan heb je de helft van die noordwestenwind niet.

En schrijf vooral op wat je deze week loopt. Over anderhalve week ligt de temperatuur volgens diezelfde voorspellingen weer rond de 22 graden. Dan heb je aan je eigen notities van deze koele week meer dan aan welk schema ook.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *