Honderden kilometers op Terschelling: wat een extreme ultraloop met je doet
Bij Last Man Standing op Terschelling liep de winnaar ruim 409 kilometer. Hoe een backyard ultra werkt, wat lopers drijft en wat zo'n afstand vraagt van training en herstel.
Elk uur dezelfde ronde van 6,7 kilometer, zo lang als je benen het volhouden. Dat was het hele idee van Last Man Standing, de backyard ultra die begin oktober voor het eerst op Terschelling werd gelopen. De Telegraaf beschreef het als een uitputtingsslag van honderden kilometers, met deelnemers die vooral wilden ontdekken waar ze toe in staat zijn. Die laatste gedachte vind ik de interessantste, want ze verklaart waarom zo’n wedstrijd zoveel mensen trekt die nooit zullen winnen.
Zo werkt een backyard ultra
Het format komt uit de Verenigde Staten, waar de bedenker van de beruchte Barkley Marathons ooit de eerste backyard ultra organiseerde. De regels zijn simpel. Op elk heel uur start een ronde, die je binnen het uur moet afleggen. Ben je op tijd terug, dan mag je uitrusten tot het volgende signaal. Sta je niet klaar aan de start, dan lig je eruit. Er is geen finish. De wedstrijd stopt pas als er nog één loper overblijft die een volledige ronde meer loopt dan de rest.
Op Terschelling organiseerde Upfront de wedstrijd vanuit een basiskamp in West-Terschelling. Volgens de organisatie was er plek voor 200 lopers, en uiteindelijk gingen er zo’n 160 van start.
Wat er op het eiland gebeurde
Het verslag van Runner’s World Nederland laat zien hoe ver het ging. De Belg Sam Bracke won na 61 rondes, ruim 409 kilometer. De Nederlander Niels Duteweert hield het 60 rondes vol en liep daarmee met ruim 402 kilometer een Nederlands record. Bij de vrouwen ging Hinke Schokker het langst door, met 24 rondes en ruim 160 kilometer.
Bracke zelf hield het na afloop klein. Hij hoopt dat zijn prestatie mensen inspireert om hun hardloopschoenen aan te trekken, “ook al loop je maar een rondje van 2 kilometer.” Dat vind ik een mooie gedachte van iemand die net ruim tweeënhalve dag achter elkaar heeft gelopen.
Waarom mensen hieraan beginnen
Een backyard ultra is anders dan elke andere loopwedstrijd. Bij een marathon race je tegen de klok. Hier is de klok je vriend en je vijand tegelijk. Wie een ronde in 50 minuten loopt, heeft tien minuten om te eten, te drinken, naar de wc te gaan en sokken te wisselen. Wie te hard loopt, verbrandt zijn energie. Wie te langzaam loopt, heeft geen rust meer.
Daardoor is het ook een wedstrijd waarin bijna iedereen een eigen doel heeft. De een wil de marathonafstand halen, de ander de 100 kilometer of de nacht doorkomen. Een enkeling denkt aan de winst. De grens ligt bij de meeste deelnemers niet in de benen maar in het hoofd. Op een bepaald moment, vaak midden in de nacht, moet je jezelf weer naar die startlijn slepen terwijl alles in je schreeuwt om te stoppen. Dat is precies wat de Telegraaf-kop bedoelt met ontdekken waar je toe in staat bent.
Ik snap de aantrekkingskracht heel goed. Er zit iets eerlijks in een wedstrijd waarin niemand je kan inhalen met een betere schoen of een slimmere tactiek. Het tempo ligt vast. Alleen jij bepaalt hoe lang je het volhoudt.
Wat zo’n afstand vraagt van je training
Een backyard ultra train je niet met snelheid. Het tempo van een ronde per uur ligt zo laag dat bijna elke getrainde loper het een paar keer kan halen. Het gaat om iets anders.
- Lange dagen op de been. Wie zich voorbereidt, maakt vooral veel uren, vaak met wandelstukken erin, en oefent met lopen op vermoeide benen.
- Eten tijdens het lopen. Na een paar rondes moet je maag gewoon blijven werken. Dat train je net zo goed als je benen, door het tijdens lange trainingen uit te proberen.
- Een vaste routine tussen de rondes. De minuten na een ronde zijn kostbaar, dus wie precies weet wat hij dan doet, verliest geen tijd met nadenken.
- Voeten en materiaal. Na honderden kilometers zijn blaren en schuurplekken vaak de reden om te stoppen, niet de conditie.
- Omgaan met slaapgebrek. Na de eerste nacht wordt alles zwaarder, en sommige lopers pakken in de korte pauzes een paar minuten slaap.
Voor wie een eerste backyard overweegt, zou ik zeggen dat je dezelfde basis nodig hebt als voor een marathon, aangevuld met heel veel geduld. Begin met het doel om een vast aantal rondes te halen en zie alles daarna als bonus.
En daarna, herstellen
Na zo’n inspanning heeft je lichaam tijd nodig. Spieren, pezen en je hele energiehuishouding hebben een flinke tik gehad, en het slaaptekort komt er nog bij. Wie al moe is na een lange zondagse loop, kan zich voorstellen wat dagen achter elkaar lopen doet. In ons stuk over vermoeidheid na een lange duurloop lees je wat er in je lichaam gebeurt en hoe je dat herstel helpt. Voor een ultra van deze lengte geldt dat allemaal in het kwadraat, dus de eerste weken rustig aan doen is geen luxe.
Met een Nederlands record en een Belgische winnaar staat Terschelling na deze eerste editie ineens op de kaart bij ultralopers. Ik ben benieuwd hoeveel lopers zich na dit weekend afvragen hoe ver zij zelf zouden komen.
