Naar de inhoud
Evenementen

Zo duur is een World Marathon Major: wat Nederlandse lopers ervoor over hebben

Bijna de helft van de Nederlandse lopers wil een Major lopen, maar ruim de helft daarvan wil niet meer dan 200 euro voor een startnummer. Wat dat betekent en hoe je het betaalbaar houdt.

Lopers onder de Brandenburger Tor tijdens de marathon van Berlijn

Voor veel marathonlopers houdt het verlanglijstje niet op bij Rotterdam of Amsterdam. Berlijn, Londen, New York, dat zijn de namen die op de koelkast hangen. Maar uit een groot lezersonderzoek van Runner’s World, gepubliceerd op 1 oktober 2026, blijkt dat de droom en de portemonnee niet altijd hetzelfde zeggen. Ik heb de cijfers bekeken en kijk vooral naar wat ze betekenen als je zelf een Major op het oog hebt.

Bijna de helft wil een Major lopen

Runner’s World vroeg zo’n zesduizend lopers of ze ooit een van de World Marathon Majors willen lopen. Iets meer dan de helft, 54,1 procent, hoeft dat niet. De rest wel. 35,3 procent heeft er nog geen gelopen maar wil het graag, en 10,6 procent heeft er al een gedaan en wil opnieuw. Samen is dat 45,9 procent.

Leeftijd speelt een grote rol. Van de twintigers wil 66,2 procent ooit een Major lopen of er nog een doen, bij dertigers is dat 57,6 procent, en daarna neemt het verder af. Dat verbaast me niet. Een marathonreis naar de andere kant van de wereld past makkelijker in een leven zonder vaste verplichtingen, en jonge lopers zijn ook de groep die het meest wordt aangesproken door wat ze op sociale media voorbij zien komen.

De serie zelf groeit. Naast de oorspronkelijke zes, Tokio, Boston, Londen, Berlijn, Chicago en New York, werd Sydney in 2025 de zevende Major en volgt Kaapstad vanaf 2027 als achtste. De bekende Six Star-medaille blijft voorlopig gekoppeld aan de oude zes. Wie wil zien hoe de serie werkt, vindt alles op de site van de Abbott World Marathon Majors.

De grens ligt bij het startnummer

Interessanter dan de wens is wat lopers ervoor over hebben. Aan de ruim 2300 lopers die nog een Major willen doen, vroeg Runner’s World hoeveel ze maximaal willen betalen voor alleen het startbewijs. Ruim de helft trekt de grens bij 200 euro. Volgens Runner’s World kom je daar bij de meeste Majors niet meer mee weg, ook niet in Berlijn, de Major die voor Nederlanders het dichtst bij ligt. Londen en de Amerikaanse marathons zitten er nog een flink stuk boven.

En dan heb je alleen het recht om 42 kilometer te lopen. Reis, hotel en eten komen er nog bij. Voor wie alle zes de oorspronkelijke Majors wil verzamelen, loopt dat met vluchten en hotels op tot een bedrag waar je een flinke vakantie van maakt, zo rekende Runner’s World eerder voor. Met Sydney en Kaapstad erbij komen daar nog twee verre reizen bij.

Ook dichter bij huis wringt het. Uit eerder onderzoek van hetzelfde blad bleek dat ongeveer 80 procent van de marathonlopers maximaal 120 euro wilde betalen voor een grote Nederlandse marathon. Amsterdam en Rotterdam zitten daar inmiddels boven. Dat lopers zich toch inschrijven, zegt iets over hoe weinig zo’n grens in de praktijk waard is. In Rotterdam speelt de prijs op dit moment trouwens ook politiek, zoals je leest in ons stuk over de korting voor Rotterdammers.

Wie er een gelopen heeft, betaalt makkelijker

Het opvallendste verschil zit tussen lopers die nog dromen en lopers die het al hebben meegemaakt. Van wie nog zijn eerste Major wil lopen, heeft maar 6,3 procent meer dan 400 euro over voor een startnummer. Bij lopers die er al een hebben gedaan en terug willen, is dat 24,1 procent, bijna een op de vier.

Runner’s World heeft niet gevraagd waarom dat zo is. Mijn verklaring is simpel. Wie eenmaal door de Brandenburger Tor is gelopen of over de Verrazzano-brug in New York, weet wat hij koopt. Het is geen startnummer meer maar een herinnering, en daar rekent niemand op dezelfde manier aan. Daar komt bij dat wie aan de Six Star begint, verzamelaar wordt, en verzamelaars zijn nu eenmaal minder rationeel.

Zo maak je een Major betaalbaarder

Aan het inschrijfgeld zelf kun je weinig doen, maar aan de rest van de reis wel. Dit zijn de dingen waar je als loper zelf invloed op hebt.

  • Begin dichtbij. Berlijn is vanuit Nederland met de trein bereikbaar, en dat scheelt een vlucht en een dag reizen. Wanneer de inschrijving voor 2027 opengaat en hoe de loting werkt, lees je op de site van de marathon van Berlijn.
  • Doe mee aan de loting in plaats van een reispakket te kopen. Pakketten met gegarandeerde startplaats zijn handig, maar je betaalt voor het gemak.
  • Boek je overnachting zodra je weet dat je erin zit. Rond een Major lopen de hotelprijzen in de stad hard op, en wie laat boekt, betaalt dat.
  • Kijk of je via een snelle tijd kunt inschrijven. Boston werkt alleen met limieten, en ook andere Majors hebben plekken voor lopers met een goede tijd. Hoe dat in Boston zit, lees je in ons stuk over de limieten voor 2027.
  • Spreid het. Wie de Six Star wil, hoeft niet in twee jaar klaar te zijn. Een Major per jaar of om het jaar maakt het een stuk behapbaarder.

Mijn eigen advies voor wie twijfelt is om eerst te kijken waarom je een Major wilt. Gaat het om de sfeer van een grote stadsmarathon, dan geven Rotterdam en Amsterdam je veel van hetzelfde voor minder geld en zonder vliegtuig. Gaat het om dat ene parcours waar je al jaren van droomt, dan is het geld vaak goed besteed, en zeggen de cijfers van Runner’s World dat je niet de enige bent die dat achteraf zo ziet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *